We zijn met ons redactieteam een moord aan het voorbereiden. Morgen komen we bij elkaar om het te bespreken. Als alles goed gaat dan zal het beoogde slachtoffer, een wiskundedocent van 35 jaar, het einde van de zomervakantie niet halen.

De moord is fictief, natuurlijk, en zal een rol spelen in onze nieuwe onderzoekshoofdstuk. Vanuit deze spannende CSI-context kunnen leerlingen de moord oplossen. En ondertussen leren ze alle belangrijke onderzoeksvaardigheden aan.

Een goede leerlijn

Morgen gaan we kijken welke aanwijzingen de leerlingen krijgen. Een belangrijke vraag hierbij is: hoe kunnen we DNA een rol laten spelen in het onderzoek, zonder dat leerlingen kennis hebben van cellen, celkernen, aminozuren, eiwitten en dat soort dingen. Kortom: hoe bouwen we een goede leerlijn op?

Bij deze een eerste insteek voor het behandelen van DNA in de brugklas, als tool om een moord op te lossen.

Leerlijn: DNA in de brugklas

Net zoals mensen een unieke vingerafdruk hebben, hebben ze ook uniek DNA. Dit is een stof die in het lichaam zit en die kan achterblijven op de plek van de misdaad, bijvoorbeeld in een verloren haar of in bloed. Daarom zoekt de politie vaak naar DNA op de plek van het misdrijf.

De politie kan DNA gebruiken om vast te stellen wie de dader is. Ze kunnen dan het gevonden DNA vergelijken met het DNA van de verdachte.

Ook kan DNA gebruikt worden om bepaalde eigenschappen van de dader te voorspellen. Door het ‘lezen’ van DNA kan de politie bijvoorbeeld voorspellen of de verdachte een man of een vrouw is. Andere eigenschappen die het DNA voorspelt zijn de kleur van de ogen of het haar.